Van 1873 tot heden — het verhaal van denim
Anno 1873, in het ruwe westen van Amerika…
Waar stofwolken opstegen uit de aarde en mannen hun geluk zochten in goud en zweet, daar ontstond een probleem dat geen kleermaker kon oplossen.
Broeken scheurden. Zakopeningen begaven het. Stoffen faalden onder het gewicht van arbeid.
Tot een zekere kleermaker, Jacob Davis uit Reno, Nevada, een stoutmoedig idee kreeg.
Hij sloeg koperen klinknagels op de zwakke plekken van een werkbroek.
Een eenvoudige ingreep — doch van ongekende kracht.
De broek hield stand.
Waar we voor staan
- Mode met karakter
- Familiegevoel en persoonlijke service
- Betaalbare kwaliteit
- Een nuchtere, positieve mentaliteit
- Een stijlvolle knipoog naar de toekomst.
Doch een idee zonder patent is als goud zonder claim.
Davis, niet vermogend genoeg om zijn uitvinding te beschermen, wendde zich tot zijn leverancier:
Levi Strauss, koopman in stoffen te San Francisco.
Samen verkregen zij op den twintigsten dag van mei, anno 1873, het recht op hun uitvinding.
- Een broek, versterkt met klinknagels
- Gemaakt van stevig, blauw denim
- Geboren uit noodzaak — maar gemaakt voor de eeuwigheid
De eerste productie
In de werkplaatsen van San Francisco werd met noeste arbeid de eerste serie vervaardigd.
Geen sier, geen opsmuk, doch puur vakmanschap
De kenmerken waren eenvoudig:
- Sterk geweven denim
- Koperen klinknagels op zakken en gulp
- Eén achterzak
- Horlogezakje voor de arbeider
- Bretelknopen voor draaggemak
Men noemde haar geen “jeans”…
Doch een “waist overall” — een werkbroek voor hen die het land vormden.
De verkoop — van noodzaak tot begeerte
Aanvankelijk werd de broek verkocht aan:
- Goudzoekers
- Mijnwerkers
- Spoorwegarbeiders
Mannen die geen woorden zochten, maar betrouwbaarheid.
Doch alras verspreidde het gerucht zich:
“Er is een broek die niet scheurt…”
En zo begon haar opmars.